Het Bijbelboek Richters


Het tijdvak van de Richters is een aparte periode in de geschiedenis van Israël. Als jonge natie heeft het vorm gekregen onder leiding van Mozes en Jozua. De vraag is, of het volk dan op eigen benen kan staan. Het antwoord daarop geven de hoofdstukken 1 en 2 van het Bijbelboek Richters. Dit biedt een actueel en troostvol perspectief voor wie iets van deze geschiedenis wil leren. Hier volgt mijn uitleg.

Bijbelboek RICHTERS 1 en 2

De eerste reeks Richters bestaat uit Otniël, Ehud, Samgar, Debora en Barak. Met name bij Samgar begint de strijd van Israël met de Filistijnen, die in Jozua’s dagen tot een heuse natie zijn uitgegroeid. Ook Otniël en Ehud moesten helpen Israëls zelfstandige bestaan tegenover vijanden te waarborgen. Hier is hun verhaal:

Otniël, Ehud en Samgar

Bijzonder boeiend vind ik hoofdstuk 4 en 5. Daarin stuit ik op – wat ik noem – de tragiek van het Oude Testament. Tegelijk zien we Barak een definitief einde maken aan het bestaan van de Kanaänieten; althans een Kenietische vrouw, Jaël geheten, bezorgt hem de kroon op zijn werk. Opvallend is dat Debora Barak (slechts) volgt in de strijd met de Kanaänieten: ze gaat niet voorop in de strijd als een soort Jeanne d’Arc. Ik zie in deze strijd een prelude op de val van Babel/Babylon. Debora’s lied geeft de strijd een universele betekenis, die nogal eens over het hoofd wordt gezien.

Graag nodig ik u uit het verhaal te lezen. Voor commentaar houd ik me aanbevolen. Hier is in ieder geval mijn uitleg van hoofdstuk vier en vijf:

Barak-en-Debora

Het Bijbelboek Richters geeft een nieuwe reeks richters na Barak en Debora. We leggen het uit, in:

Richters-6-tot-en-met-9 Gideon

De eerste richter van een nieuwe reeks is Gideon. Hij geldt voor velen als een grote richter. Werd hij terecht beroemd? Dit vragen we ons (met de Joodse traditie) sterk af. Beter lijkt me de verdeling van de richters in zwakke en sterke leiders. Gideon is zowel het een als het ander. Zijn verhaal vindt u hierboven.

In Richters 9 gaat het specifiek over Abimelech, de zoon van Gideon. Zijn optreden werd een ramp voor Noord-Israël. Ik heb dit ondergebracht bij hoofdstuk 6 – 8, omdat het een aanhangsel vormt bij het verhaal over Gideon. Het is geen prettig iemand, overigens!

Zowel het optreden van de richter Tola als van Jaïr heeft eschatologische betekenis. Het bevat een boodschap voor de toekomst. Dat maakt hen tot belangrijke richters, dunkt me. Hun verhaal is aller aandacht waard.

Zie: Richters 10 Tola en Jaïr

De richter Jefta was een bijzonder persoon. Door zijn halfbroers werd hij zwaar vernederd, maar de Here God verhoogde hem. Hij werd geroepen het erfdeel van Israël te vrijwaren van aanvallen. In zijn optreden bleek hij een voorbeeld van bekering en godsvrucht. Wel ging hij wat ver in zijn enthousiasme en dat ten koste van zijn enige dochter.

Zie mijn uitleg: Jefta als richter (Richters 10-12)

Wanner ben je groot en wanneer klein in het Koninkrijk van God? Sommigen menen dat een richter groot kan heten, wanneer hij strijden moet tegen Israëls vijanden en de zege behaalt. Richters die geen vijanden behoeven te verjagen uit het beloofde land, zouden dan klein genoemd moeten worden. Ik denk, dat de bevrijding van afgoderij en onwaarachtigheid in de dienst van God daarboven uit gaat. Daarom noem ik de richters die kort maar goed in Israël zijn opgetreden, eveneens van groot belang voor Gods Koninkrijk. Zo kijk ik terug op het werk van de richters Ebsan, Elon en Abdon, beschreven in Richters 12: 8 – 15. Hier volgt mijn uitleg van hun betekenis:

Ebsan-Elon-Abdon

Vervolgens:

Simson is de laatste richter die de Heilige Geest ons ter lering liet beschrijven in het Bijbelboek Richters. Zijn leven valt in drie delen uiteen: hoofdstuk 13 verhaalt zijn geboorte, de hoofdstukken 14 en 15 belichten zijn huwelijk en zijn werk, en hoofdstuk 16 geeft zijn (te snelle?) levenseinde aan.

Zijn geboortegeschiedenis herinnert aan Pasen, de opstanding van onze grote Leider Jezus Christus. In zijn huwelijk en zijn eenzame optreden moet Simson een begin maken met de bestrijding van – niet zozeer de vijanden, de Filistijnen, maar – de vijandschap tegen Gods heerschappij. In zijn sterven vertoont Simson een voorlopige zege als een profetie dat de vijandschap tegen Gods heerschappij over Zijn volk uiteindelijk eens zal verstommen. Zie: Geboortegeschiedenis van SIMSON

Simson wordt nogal eens verkeerd begrepen. Het komt mij voor, dat zijn levensverhaal moet worden verstaan vanuit het laatste Bijbelvers in hoofdstuk 14. Zo heb ik getracht de zin van zijn huwelijk en zijn optreden te verstaan. Zie mijn uitleg van RICHTERS 14 en 15:

Simsons huwelijk en levenswerk

Simsons leven kent een verdrietig en triest einde. Toch mocht hij nog één keer aan het einde van zijn tamelijk jonge leven zegevieren over velen die hun heil welbewust weigerden uit Israël te verwachten. Zie mijn verklaring van hoofdstuk 16:

Simsons einde